I. Nationale Actieplannen en parlementaire resoluties

Het Belgisch beleid ter bestrijding van gendergerelateerd geweld werd voor het eerst geformuleerd in het Nationaal Actieplan (NAP).
België integreerde het onderwerp VGV voor het eerst in het NAP in 2010-14. Naast VGV werden gedwongen huwelijk en zogenaamd eergerelateerd geweld opgenomen in Het nationaal actieplan ter bestrijding van partnergeweld en andere vormen van familiaal geweld 2010-2014 (23 november 2010). Ook het laatste actieplan neemt VGV op. Het nationaal actieplan ter bestrijding van alle vormen van gendergerelateerd geweld 2015-2019 sluit aan bij het Verdrag van Istanbul, die de nadruk legt op volgende vormen van geweld: partnergeweld, VGV, gedwongen huwelijk, gendergerelateerd geweld en seksueel geweld. De Nationale Actieplannen worden ontwikkeld, gecoördineerd en geëvalueerd door het Instituut voor de Gelijkheid van Vrouwen en Mannen (IGVM), met de steun van externe experts en een interdepartementale groep met vertegenwoordigers van de overheden op federaal, regionaal en gemeenschapsniveau.
Bovendien integreerden de drie Franstalige regeringen VGV in hun intra-Franstalig plan in de strijd tegen seksistisch en intrafamiliaal geweld 2015-2019.
Ten slotte werden ook verschillende parlementaire resoluties gestemd: de resolutie van de Federatie Wallonië-Brussel van 21 oktober 2015 en de resolutie van het Vlaams Parlement van 25 oktober 2013. Deze resoluties onderlijnen het belang van de preventie via de vorming van professionals en het werk van gespecialiseerde organisaties binnen de gemeenschappen (Vlaams Parlement, 2013 & Federatie Wallonië-Brussel, 2015).

II. Multidisciplinaire handleidingen en protocollen

Momenteel wordt het onderwerp VGV niet besproken binnen het curriculum van medische opleidingen. De FOD Volksgezondheid publiceerde in 2001 wel een nationale handleiding voor de betrokken beroepssectoren. Deze handleiding is beschikbaar in het Nederlands en het Frans en werd sinds 2011 verdeeld in alle ziekenhuizen van het land (afdelingen materniteit en pediatrie) (Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Milieu). Daarnaast ontwierp de FOD Volksgezondheid ook een geplastificeerde fiche waarop de verschillende types genitale verminking en de techniek voor desinfibulatie worden geschetst. De inhoud van deze fiche werd goedgekeurd door de nationale beroepsverenigingen van gynaecologen. Het doel is om vroedvrouwen en gynaecologen te ondersteunen tijdens de consultaties.
In de jeugdzorg bestaan verschillende protocollen inzake kindermishandeling die toepasbaar zijn in een situatie van VGV, hoewel ze niet specifiek naar deze problematiek verwijzen.
De gespecialiseerde organisaties ontwikkelden een reeks tools die de professional moeten ondersteunen in de preventie binnen families of om een risicosituatie op te sporen (zie hoofdstuk 5). Gezien VGV nog niet opgenomen is in de basiscurricula van gezondheidsdeskundigen, is bijkomende vorming onmisbaar. In samenwerking met verschillende actoren in de jeugdzorg werd een risicoladder opgesteld. Deze onderscheidt 5 risiconiveaus en beschrijft de te ondernemen stappen in functie van het risiconiveau en de specifieke context waarin het kind zich bevindt. Er bestaat een papieren versie en een elektronische versie, en dit zowel in het Nederlands als in het Frans. Het Vlaams Forum Kindermishandeling (VFK)1)Het VFK is een raadgevende structuur dat politieke actoren omtrent justuzue en welzijn samenbrengt. Het maakt deel uit van het Vlaamse Protocol Kindermishandeling (2010), ondertekend door toenmalig minister Stefaan De Clerck en huidig minister van Welzijn Jo Vandeurzen. In 2014 werd het protocol opnieuw ondertekend door door dezelfde ministers en door de minister van Binnenlandse Zaken. Binnen het VFK werd ook een subgroep, gespecialiseerd in VGV, opgezet vertaalde de inhoud van dit instrument naar de Vlaamse context. De risicoladder werd al breed verspreid tijdens vormingen voor professionals.

III. Werkgroepen, interministeriële comités, netwerken

Verschillende organisaties van het maatschappelijk middenveld worden financieel ondersteund door de verschillende overheden om preventie, sensibilisering en vormingen te organiseren binnen de betrokken gemeenschappen in België. Zo werd in de Federatie Wallonië-Brussel een collectief en participatief netwerk opgezet die de verschillende acties samenbrengt: de Gezamenlijke Strategie voor de strijd tegen Vrouwelijke Genitale Verminking , gefinancierd door de Waalse Gemeenschap en de COCOF.
Ook het Vlaams Forum Kindermishandeling richtte een werkgroep rond vrouwelijke genitale verminking op.
De actoren op het terrein worden regelmatig uitgenodigd voor werkgroepen rond de inwerkingtreding of de evaluatie van het NAP Geweld op federaal – of Franstalig niveau