Definitie

Vrouwelijke genitale verminking (VGV), ook bekend als ‘vrouwenbesnijdenis’, is een vorm van gendergerelateerd geweld. Het is elke ingreep die leidt tot de gedeeltelijke of volledige verwijdering van de uitwendige vrouwelijke geslachtsorganen of elke andere verwonding van de vrouwelijke genitaliën om niet-medische redenen (WGO, 2008).


Types VGV

Type I: Gedeeltelijke of volledige verwijdering van de clitoris en/of de voorhuid (clitoridectomie)

Type II: Gedeeltelijke of volledige verwijdering van de clitoris en de binnenste schaamlippen, met of zonder verwijdering van de buitenste schaamlippen (excisie)

Type III: Vernauwing van de vaginale opening met het verwijderen en dichtnaaien van de kleine en/of grote schaamlippen, met of zonder verwijdering van de clitoris (infibulatie)

Type IV: Alle andere schadelijke ingrepen op de vrouwelijke geslachtsorganen om niet-medische redenen, zoals prikken, piercen, snijden, insnijden, en uitbranden (WGO, 2008)

 


Oorzaken en gevolgen

Afhankelijk van het land en de bevolkingsgroep, bestaan belangrijke verschillen in de praktijk VGV. Aan de basis ligt een complexe combinatie van religieuze en/of sociale factoren. De impact op gender- en intergenerationele relaties, daarentegen, is over het algemeen gelijkaardig.

VGV is een sterk verankerde sociale norm die al eeuwenlang heerst. De leeftijd waarop en het type verminking dat uitgevoerd wordt, hangt af van verschillende factoren zoals nationaliteit, bevolkingsgroep, socio-economische achtergrond en leefomgeving (stad of platteland). De meeste meisjes ondergaan VGV tussen hun 4e en 12e levensjaar.  In sommige bevolkingsgroepen, daarentegen, wordt de praktijk al enkele dagen na de geboorte uitgevoerd. Bij nog anderen gebeurt dit pas naar aanleiding van een huwelijk of tijdens de eerste zwangerschap.

Hoewel men soms religieuze argumenten aanhaalt om de praktijk te rechtvaardigen, is dit geen religieuze eis. VGV is eerder een complexe en symbolische praktijk, gebonden aan de huwbaarheid van vrouwen en de rol van vrouwen in de gemeenschap, waaronder hun toegang tot eigendom en sociale status. VGV wordt vaak beschouwd als een overgangsritueel, dat uitgevoerd wordt in het kader van een ceremonie of ritueel die de overgang van kind tot volwassen vrouw moet symboliseren.

VGV veroorzaakt negatieve gevolgen voor de lichamelijke, seksuele, psychologische en sociale gezondheid van vrouwen, en dit op korte, middellange en lange termijn. VGV kan zelfs de dood tot gevolg hebben.

GAMS20-2M4A2592

Prevalentie in de wereld

Wereldwijd werden naar schatting 200 miljoen meisjes en vrouwen in 30 verschillende landen onderworpen aan VGV. Bovendien lopen elke dag 8.000 meisjes het risico hetzelfde lot te ondergaan – dit betekent zo’n 3 miljoen meisjes per jaar (UNICEF, 2016). Volgens onderzoek van het Europees Parlement, zouden in de Europese Unie (EU) ongeveer 500.000 meisjes en vrouwen leven die VGV ondergaan hebben. Jaarlijks vragen 20.000 meisjes en vrouwen, afkomstig uit risicolanden, asiel aan in de EU – dit komt neer op 20 % van de asielzoeksters in 2011. Ongeveer 8.800 onder hen, de meesten afkomstig uit Somalië, Eritrea of Guinee, kregen persoonlijk te maken met VGV. In Europa bestaat nog steeds een gebrek aan nauwkeurige gegevens en onderzoek omtrent de prevalentie van VGV.

VGV komt het meest voor in Westelijk, Oostelijk en Noord-Oostelijk Afrika. De prevalentie verschilt tussen en binnen de grenzen van landen en regio’s. De bevolkingsgroep vormt het belangrijkste criterium. Landen met de hoogste prevalentie (> 85%) zijn Somalië, Egypte, Ethiopië en Mali. Lagere prevalenties vindt men terug in, onder andere, Senegal, Centraal-Afrikaanse Republiek en Nigeria. Vroeger dacht men dat VGV enkel op het Afrikaanse continent voorkwam. De praktijk wordt echter ook uitgevoerd in Azië en het Midden-Oosten (bv. India, Indonesië, Iran, Irak, Koerdische gemeenschappen, Maleisië, Pakistan, Saoedi-Arabië en Yemen) en in bepaalde bevolkingsgroepen (zoals migrantengemeenschappen) in Centraal-, Zuid- en Noord-Amerika, Australië en Europa.

 


carte excision

Copyright, Excision, parlons-en!

(Gebaseerd op een kaart van GAMS België; gegevens van UNICEF, 2013)

VGV: een mensenrechtenbenadering

VGV is één van de vele bestaande patriarchale praktijken die hun oorsprong vinden in genderongelijkheid en die als doel hebben controle uit te oefenen over het lichaam, de seksualiteit en de reproductieve rechten van vrouwen en meisjes. VGV ontzegt vrouwen en meisjes van hun recht op lichamelijke en mentale integriteit, vrijheid van geweld, best mogelijke gezondheid, vrijheid van discriminatie op basis van gender en het recht om niet onderworpen te worden aan foltering en wrede, onmenselijke en vernederende behandeling (END FGM, 2015a).

VGV wordt internationaal erkend als een schending van de mensenrechten en als een ernstige vorm van discriminatie en geweld tegen meisjes en vrouwen omwille van hun geslacht. De praktijk wordt in alle EU-lidstaten strafbaar gesteld, onder specifieke of algemene wetgeving. Toch loopt elk meisje, dat geboren wordt in een gemeenschap die VGV uitvoert, potentieel het risico onderworpen te worden aan de praktijk (END FGM, 2015a).


Internationale en Europese verdragen

VGV wordt in de internationale mensenrechtenverdragen en in de nationale wetgeving van verschillende EU-landen erkend als een vorm van gendergebonden geweld en een schending van de rechten van vrouwen en meisjes, waaronder de seksuele en reproductieve rechten.

Het afgelopen decennium onderlijnden verschillende belangrijke internationale verdragen de nood om VGV aan te pakken in een breder kader van gendergelijkheid en duurzame ontwikkeling. Dit is het geval in, onder andere, het Actieprogramma van de Internationale Conferentie over Bevolking en Ontwikkeling (ICPD), het Actieplatform van Peking en de Resolutie van de Algemene Vergadering van de VN van 2012 (A/RES/67/146). Sommige regionale Afrikaanse en Europese instrumenten, zoals het Protocol van Maputo, verwijzen specifiek naar VGV en zijn cruciaal voor het vinden van duurzame strategieën tegen de praktijk (END FGM, 2015b).

 

gams20-2m4a2010

Het Verdrag van Istanbul is het eerste bindende instrument op Europees niveau inzake het voorkomen van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld. Het biedt bescherming aan slachtoffers en stelt daders strafbaar. Het Verdrag is gebaseerd op actuele internationale wetgeving en kennis omtrent voorbeeldpraktijken in de strijd tegen geweld tegen vrouwen. De doelstellingen zijn: vrouwen beschermen tegen elke vorm van geweld, bijdragen tot de strijd tegen discriminatie van vrouwen, fundamentele gendergelijkheid stimuleren, een begrijpelijk kader ontwikkelen om slachtoffers van geweld te beschermen en te ondersteunen, en een einde stellen aan de straffeloosheid van daders.

Het Verdrag van Istanbul eist van de staten dat ze lichamelijk, psychologisch en seksueel geweld zouden voorkomen, vervolgen en uitbannen. Deze vormen van geweld zijn, onder andere, verkrachting, aanranding, seksuele intimidatie, stalking, gedwongen huwelijk, gedwongen abortus, gedwongen sterilisatie, VGV en moord. Dit zijn uitingen van gendergerelateerd geweld, die als doel hebben het gedrag, de seksualiteit en de zelfstandigheid van vrouwen te controleren. Dergelijke praktijken komen voor in alle culturen. Het Verdrag van Istanbul is gebaseerd op een mensenrechtenperspectief en promoot een begrijpelijke en geïntegreerde aanpak van de strijd tegen geweld tegen vrouwen. Wanneer dit Verdrag goed geïmplementeerd wordt, kan het de lidstaten ondersteunen om binnen een generatie een einde te stellen aan VGV.


EU-beleidskader

Verschillende Europese landen beschikken over nationale actieplannen of richtlijnen, die deel uitmaken van beleidskaders. Idealiter onderlijnen deze beleidskaders de rol van gemeenschappen in preventie, bescherming, vervolging en ondersteuning.

In 2013 riep de Europese Commissie op tot een geïntegreerde aanpak van de strijd tegen VGV. Deze communicatie, Towards the Elimination of Female Genital Mutilation, stelt een effectief beleidskader voor. Het zet aan tot het ondernemen van actie op 5 domeinen:

  • Promoten van duurzame sociale verandering om VGV te voorkomen
  • Ondersteunen van lidstaten voor een effectieve vervolging van VGV
  • Verzekeren van de bescherming van vrouwen die zich op het Europees grondgebied bevinden en een risico lopen
  • Promoten van de uitbanning van VGV wereldwijd
  • Strategieën tegen VGV implementeren, coördineren en evalueren.

Bronnen

  • END FGM, (2015a): Factsheet 2: FGM as a Gender & VAW issue.
  • END FGM, (2015b). Position Paper: Repositioning FGM as a gender and development issue.
  • Europese Commissie (2016). Advisory Committee on Equal Opportunities Men and Women, Mandate for the 2-16 Working Group on Female Genital Mutilation.
  • UNICEF (2016). Female Genital Mutilation/Cutting: A Global Concern. New York: UNICEF.
  • Wereldgezondheidsorganisatie (WHO). (2008). Eliminating Female Genital Mutilation: An interagency statement OHCHR, UNAIDS, UNDP, UNECA, UNESCO, UNFPA, UNHCR, UNICEF, UNIFEM, WHO. Genève.